zoom_out loupe Click on this icon or hold down the shift key to magnify while moving over the patent image. zoom_in
home Home help_outline Help
   
parts 26 16 26 3 3 4 1 9 7 8 4 27 2 6 5 15 14 28 5 18 5 13 11 12 12 17 17 2-2 4-4 Fig1 Fig1 16 1 7 9 8 7 6 2 15 17 Fig2 Fig2 22 1 21 14 18 17 Fig3 Fig3 4 1 17 14 15 6 2 17 Fig4 Fig4 10 21 22 10 1 Fig5 Fig5 22 1 19 20 Fig6 Fig6 24 22 16 1 25 7 23 8 7 Fig7 Fig7

Wanie Band Razor and Blade

PatentNL35648

InventionOpgerold of oprolbaar bandvormig mes voor veiligheidsscheerapparaat

FiledTuesday, 4th October 1932

PublishedTuesday, 15th January 1935

InventorRobert Ern

LanguageDutch

Other countriesDE608066, DE629672

For a full resolution version of the images click here

A PDF version of the original patent can be found here.

C. D. 672.715.3 Auteursrecht voorbehouden.
OCTROOIRAAD
NEDERLAND
Uitgegeven 15 Juni 1935. Dagteekening 16 Mai 1935. OCTROOI N°. 35648. KLASSE 69. 21. ROBERT ERN, te 's-Gravenhage. Opgerold of oprolbaar bandvormig mes voor veiligheidsscheerapparaat, voorzien van een of meer in langsrichting zich over de geheele lengte uitstrekkende ruggen en een gestel van een veiligheidsscheerapparaat met een dergelijk in een houder aan te brengen opgerold bandvormig mes. Aanvrage 62683 Ned., ingediend 4 October 1932, 14 uur 50 min.; openbaar gemaakt 15 Januari 1935.

De uitvinding heeft betrekking op een opgerold of oprolbaar bandvormig mes voor een veiligheidsscheerapparaat, voorzien van een of meer in langsrichting zich over de geheele lengte van het mes uitstrekkende ruggen (met één rug bekend uit het Amerikaansche octrooischrift No. 1.231.215) en op een gestel van een veiligheidsscheerapparaat met een dergelijk in een houder aan te brengen opgerold bandvormig mes, dat door den kop van het apparaat wordt gevoerd (zie het Fransche octrooischrift No. 658.663).

Volgens de uitvinding bezit het bandvormige mes uitsparingen in een of meer van deze ruggen. Ook kan volgens de uitvinding een of meer der ruggen dwarssneden bezitten.

Volgens de uitvinding bezit het gestel een kap, die het mes in den kop van het apparaat op een brugstuk vastdrukt, welke kap een deel vormt van een over den houder schuifbare huls, en waarbij een of meer uitsteeksels of uitsparingen van de kap en van den houder past of passen in of om een of meer ruggen, welke in langsrichting verloopende zich over de geheele lengte van het bandvormige mes uitstrekken.

Het bandvormige mes volgens de uitvinding heeft het voordeel, dat het gemakkelijk gebogen kan worden, zonder de eigenschap om goed geleid te kunnen worden te verliezen.

Het uitsteeksel of de uitsparing in de kap, welke past in of om een of meer ruggen geeft tevens het voordeel, dat het mes kan worden gebracht op de plaats, waar het gebruikt moet worden, zonder dat het gevaar bestaat, dat de snede haar scherpte verliest door schuren tegen de wanden van het apparaat, mede doordat op andere plaatsen in het massief dergelijke geleidingsinrichtingen aanwezig zijn, terwijl de schuifbare huls met kap een eenvoudige en doeltreffende constructie is, welke mogelijk wordt door de uitsparingen in den rug van het mes, dat door deze uitsparingen met een kleinen kromtestraal, eventueel haaks, kan worden omgebogen zonder dat ongewenschte vormveranderingen optreden.

De teekening vertoont bij wijze van voorbeeld uitvoeringsvormen van de uitvinding.

Fig. 1 geeft een gedeeltelijke langsdoorsnede en een gedeeltelijk aanzicht weer.

Fig. 2 geeft een gedeeltelijke doorsnede volgens de in fig. 1 aangegeven verticale hartlijn en een gedeeltelijk zijaanzicht aan.

Fig. 3 geeft een zijaanzicht van het massief met afgenomen huls.

Fig. 4 geeft een horizontale doorsnede volgens de in fig. 1 aangegeven horizontale hartlijn.

Fig. 5 geeft een aanzicht van een bandvormig mes, dat in

fig. 6 met enkele andere uitvoeringsvormen in doorsnede is aangegeven.

Fig. 7 geeft op vergroote schaal een doorsnede van het brugstuk, waarover het mes loopt, welke doorsnede eveneens, doch op kleiner schaal, in fig. 2 te zien is. In de verschillende figuren zijn de overeenkomstige onderdeelen van dezelfde verwijzingscijfers voorzien.

In fig. 1 is het bandvormig mes 1 opgerold in een cirkelvormige ruimte als voorraadrol 2. Daarin is een veer 6 aangebracht, welke, doordat zij zich tracht uit te zetten, de voorraadrol tegen den wand gedrukt houdt en het bandvormige mes dwingt met een rug te passen in de geleiding, welke cirkelvormig loopt in de voorraadkamer. Vanaf de voorraadrol 2 loopt het mes 1 langs geleiding 4 over het brugstuk 8, waar het mes tusschen de punten 26 voor het gebruik gereed is, wanneer het hulsvormige stuk 15 geschoven is over het massief 14, zoodat de kap 16 drukt op het brugstuk 8, terwijl het bandvormige mes 1 er tusschen geklemd is. De rug 22 past dan in de sleuf 24 in de kap 16, terwijl de holte van den rug van het mes past om rug 23 op het brugstuk 8. Doordat de randen van de kap 16 schuin zijn afgewerkt, wordt de snede 25 van het mes onder den verlangden hoek gebogen, zooals in fig. 7 duidelijk is weergegeven. Het aangedrukt houden van de kap 16 op brugstuk 8 wordt verzekerd, doordat de huls 15 in haar stand op het massief 14 wordt vastgehouden door veerende nokken in de huls, die in de verdiepingen 5 van het massief 14 kunnen snappen.

Voor het in gebruik stellen van het apparaat wordt het massief 14 ontdaan van de huls 15, door het vasthouden van de huls 15 en het trekken aan de geribde nokken 17, welke in de fig. 1, 2 en 3 duidelijk zichtbaar zijn. Na verwijdering van het hulsvormig stuk 15 heeft men het massief 14, dat in zijaanzicht in fig. 3 gegeven is. De veerende nokken van het hulsvormig stuk 15, welke ingrijpen in de verdiepingen 5 in het massief 14, laten bij trekken los.

De voorraadrol 2 met veer 6 worden in de voorraadkamer aangebracht. Daarna wordt het einde van het mes 1 getrokken door de linkersleuf 27 van fig. 1 en over het brugstuk 8 gevoerd en vervolgens gestoken door sleuf 13. Door het draaien van schijf 11, waarop zich knopjes 12 bevinden, wordt het mes gegrepen in zijn openingen 10. Het verder draaien van schijf 11 voert het mes verder door de benedenste linkersleuf 28, welke te zien is in fig. 1 en 3 en waarin zich het afgebroken einde 18 van het mes bevindt. Het hulsvormig stuk 15 wordt nu geschoven over het massief 14 en het geheel is voor het gebruik gereed. Een waterdichte afsluiting wordt nog gevormd, doordat nokken van de kap 16 precies passen in openingen 3 in het kamvormig gedeelte van het brugstuk 8. De afstand tusschen de openingen 3 komt juist overeen met de afstanden tusschen de openingen 10 in het bandvormig mes in langsrichting gemeten. Door het draaien van schijf 11 komt weer een nieuw messtuk tusschen de openingen 3, hetwelk over den afstand tusschen de punten 26 gebruikt kan worden.

Bij het scheren geven de tanden 7 van den kam van het brugstuk de noodige bescherming, terwijl het schuim gelegenheid heeft in de opening 9 af te vloeien.

Voor het verkrijgen van een nieuwe messnede behoeft het hulsvormige stuk 15 niet geheel verwijderd te worden, doch een halverwege uittrekken van het massief 14 is voldoende. Het mes komt dan vrij en het geheele bovengedeelte kan gemakkelijk worden gereinigd. Na het draaien van schijf 11 komt een nieuw gedeelte op brugstuk 8 en het geheel wordt in elkander geschoven. Het overtollige, gebruikte gedeelte van het bandvormige mes wordt afgebroken bij sleuf 28.

Fig. 5 geeft een bovenaanzicht van het mes. De rug 22 is voorzien van dwarssneden 21. Ook uitsparingen van anderen vorm kunnen gebruikt worden; zij kunnen ook doorgaand zijn.

Fig. 6 geeft een dwarsdoorsnede van het mes 1 met rug 22, terwijl 19 en 20 eenige andere uitvoeringsvormen weergeven.

Conclusies.

1. Opgerold of oprolbaar bandvormig mes voor een veiligheidsscheerapparaat, voorzien van een of meer in langsrichting zich over de geheele lengte van het mes uitstrekkende ruggen, gekenmerkt door uitsparingen (21) in een of meer van deze ruggen.

2. Opgerold of oprolbaar bandvormig mes volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt, dat de uitsparingen in een of meer ruggen den vorm van dwarssneden bezitten.

3. Gestel van een veiligheidsscheerapparaat met een in een houder aan te brengen opgerold bandvormig mes volgens conclusie 1 of 2, dat door den kop van het apparaat wordt gevoerd, gekenmerkt door een kap (16), die het mes (1) in den kop van het apparaat op een brugstuk (8) vastdrukt, welke kap een deel vormt van een over den houder schuifbare huls (15), waarbij een of meer uitsteeksels of uitsparingen van de kap en van den houder past of passen in of om een of meer ruggen, welke in langsrichting verloopende zich over de geheele lengte van het bandvormige mes uitstrekken.